Rasbeschrijving

 

MINIATUUR BULL TERRIËR

Vertaling van de Engelse versie van de FCI Rasstandaard

 

23.12.2011 / NL,  FCI-Standard N° 359,  Miniatuur Bull Terriër
 

 

FCI-Standard N° 359 / 23.12.2011  2  

Oorsprong: Groot Brittannië. 

DATUM van bekendmaking van de officiële geldige standaard: 05/07/2011. 

Gebruik: Terriër. 

FCI-Classificatie: Groep 3 Terriërs. / Sectie 3 Bull type Terriërs.

  

 

KORTE HISTORISCHE SAMENVATTING:

Het was James Hinks die eerst het ras type standaardiseerde in de jaren 1850, en het eivormig hoofd selecteerde. Het ras werd voor het eerst getoond in zijn huidige vorm in Birmingham in 1862. De Club van de Bullterriërs werd opgericht in 1887.

Een interessant weetje over het RAS is dat de standaard heel bewust zegt: "er zijn gewicht noch hoogte grenzen, maar de indruk van maximale voor grootte van hond moet stroken met kwaliteit en sekse. Hond moet er ten alle tijde harmonieus uitzien in grootte en substantie".

Een kleinere voorbeeld van de Bullterriër kennen we sinds de vroege 19e eeuw maar die viel uit de gratie. Voorafgaande aan de eerste Wereldoorlog werd hij verwijderd uit het Kennel Club Ras Register in 1918. in 1938, was er een opleving onder leiding van kolonel Richard Glyn en een groep van collega enthousiastelingen die samen de Miniature Bull Terrër Club vormden.

De standaard is het zelfde als die van de Bull Terriër met uitzondering van de hoogte limiet. 

 

ALGEMENE VERSCHIJNING:

Sterk gebouwd, gespierd, evenwichtig en actief met een scherp, vastberaden en intelligente uitdrukking. Een uniek kenmerk is het 'downface", of eivormig hoofd. Er is geen onderscheid in hoogte tussen mannelijke en vrouwelijke honden.

 

BEGEDRAG / TEMPERAMENT:

Moedig, geestdriftig, met een vrolijk en levenslustig karakter, gaat ondanks zijn soms koppige houding, prima met mensen om.

 

 

FCI-Standard N° 359 / 23.12.2011 3

KOP:

Lang, sterk en diep recht aan het einde van de snuit, maar niet grof.

Van voorzijde ei-vormig en volledig gevuld, terwijl het oppervlak vrij is van holten of inspringingen. Het profiel glijdt zachtjes naar beneden vanaf de bovenkant van schedel tot aan de tip van neus.

 

SCHEDEL

Top van schedel bijna vlak van oor tot oor.

 

NEUS

Moet zwart zijn. Gebogen naar beneden op de tip (Roman Finish). Neusgaten zijn goed ontwikkeld. 

 

LIPPEN

Schoon en strak. 

 

KAKEN / GEBIT

 Onder kaak diep en sterk. Tanden, schoon, sterk, van goede grootte, regelmatig met een perfecte, regelmatige en volledige schaarbeet, d.w.z. boventanden nauw overlappend over de onder tanden en onder hoektanden net buiten de bovenkaak.

 

OGEN

Zijn smal en driehoekig, schuin geplaatst, zwart of zo donkerbruin mogelijk om bijna zwart weergegeven en met een doordringende glans. Afstand vanaf puntje van neus tot oog is groter dan die van ogen naar top van de schedel. Blauwe of gedeeltelijk blauwe ogen zijn ongewenst. 

 

OREN:

Klein, dun en dicht bij elkaar geplaats. Hond moet ze altijd rechtop kunnen houden. 

 

NEK / RUG:

Zeer gespierd, lang, gewelfd, taps toelopend van hoofd naar schouders en vrij van losse huidplooien: goed afgerond met gemarkeerde welving van rib en grote diepte vanaf de schoft.

 

LENDENEN:

Kort, sterk, iets teruglopen achter de schoft, iets buigend.

 

 HEUPEN:

Breed, goed gespierd. 

 

BORST:

Breed wanneer hij van de voorzijde wordt gezien. 

 

ONDER BELIJNING EN BUIK:

Van front tot buik vormt die een sierlijke opwaartse curve.

  

STAART:

Korte, laag ingesteld en horizontaal gedragen. Dikke wortel, die echter uitloopt in een fijne punt.

 

 

FCI-Standard N° 359 / 23.12.2011 4 Ledematen

VOORVOETEN: 

Algemene verschijning: De hond moet stevig op de benen staan en ze moeten perfect evenwijdig staan. Bij volwassen honden moet lengte van voorpoten ongeveer gelijk zijn aan de diepte van de borst.

Schouder: Sterk en gespierd, echter niet beladen. Schouderbladen breed, dichtbij de borst, hebben uitgesproken neerwaartse lijn van beneden naar boven, en vormen bijna een rechte hoek met bovenarm.

Elleboog: Recht en strak.

Onderarm: Voorpoten sterk rond, zware kwaliteit bot. 

Middenhandsbeen: Recht. 

Voorvoeten: Rond  en compact met goed gebogen tenen.

 

ACHTERVOETEN:  

Algemene verschijning: Achterbenen parallel van achteren gezien.

Dij: Gespierd. 

Knie: Gewricht goed gebogen. 

Spronggewricht: Goed ontwikkeld. 

Hiel: Goed gehoekt. 

Middenvoetsbeen: Achterste poot: Kort en sterk. 

Achtervoeten: Rond en compact met goed gebogen tenen.

 

BEWEGING:

Bij het gaan soepel en krachtig met vrije ruim uitgrijpende passen voor, achterpoten bewegen soepel in de heupen, en spronggewricht.

 

VACHT:

Haar: korte, vlakke, soms zelfs bij aanraking hard aanvoelend met een fijne glans. een zachte textuur ondervacht kan in de winter aanwezig zijn.

 

 

 FCI-Standard N° 359 / 23.12.2011 5

KLEUR

Bij witte honden, een puur witte vacht. Huid pigmentatie en markeringen op de kop worden niet gestraft.  Voor gekleurde overheerst de kleur: als alle andere dingen gelijk zijn, verdiend gestroomd de voorkeur. Zwart gestroomd, rood, beige en driekleur zijn toegestaan. "Ticking"(zwarte of gekleurde vlekjes) in een witte vacht zijn ongewenste markeringen. Blauw en lever zijn zeer ongewenst.

 

GROTE EN GEWICHT:

Hoogte mag niet hoger zijn dan 35,5 cm. De indruk van substantie moet stroken met de grootte van de hond in overeenstemming met zijn sekse. Er is geen gewichts-beperking. De hond moet er altijd gebalanceerd uitzien.

 

FOUTEN:

Iedere afwijking van de voorgaande punten moet worden gekenmerkt als een fout en de ernst waarmee de fout beschouwd wordt moet in verhouding staan tot de mate en het effect ervan op de gezondheid en het welzijn van de hond.  

 

DISQUALIFICERENDE FOUTEN:   

  • Agressief of schuwe honden.
  • Elke hond die duidelijk lichamelijke of gedragsstoornissen laat zien moet worden gediskwalificeerd
  • Mannelijke dieren moeten twee normale testikels volledig ingedaald in het scrotum (dit is verplicht in elke standaard)
  • Alleen functioneel en klinisch gezonde honden, met typische ras kenmerken moeten voor fokdoeleinden worden gebruikt.